De Wapenglazen uit Waarder

wapenWie op onderzoek uitgaat naar het ontstaan en de herkomst van de familie van der Neut komt onherroepelijk in aanraking met de aanwezigheid van een familiewapen dat afgebeeld staat op één van de wapenglazen van Waarder in de Sint Bavokerk te Haarlem. In de Heraldische bibliotheek voor Genealogie in ‘s Gravenhage vonden we een aantekening van dit wapen dat er ook een afbeelding van dit wapen aanwezig zou zijn in het archief van Herman van Zuiderwijk in het kasteel van Surenburg nabij Munster.  Dit familiewapen werd door Pieter Claesz van der Neut, die leefde van 1595-1680, als zegel gebruikt in zijn functie van Camelaar (secretaris) bij het Groot Waterschap Woerden, Rijnland en Delftland.
Ook vonden we een aanwijzing dat dit familiewapen gebruikt werd door Dirk Pietersz van der Neut die van 1668-1751 Schepen was in Bodegraven. De gebroeders Jan en Leendert Cornelisz van der Neut lieten dit familiewapen afbeelden in een glas in loodraam wat zij schonken bij de voltooiing van de restauratie van de kerk in Waarder na het rampjaar 1672. Met deze schenking gaven deze twee mensen aan, de verbondenheid van de familie van der Neut met de gemeente Waarder en zijn kerk.

Het dorp Waarder is gelegen aan de autoweg A12 tussen Utrecht en Gouda op de grens van Utrecht en Zuid-Holland, zij neemt een belangrijke plaats in de geschiedenis van onze familie, in het bijzonder met de nakomelingen van Claes Willem van der Neut. Hoewel geboren in 1570 te Bodegraven trouwde Claes Willem in 1595 te Waarder en zijn kinderen werden daar geboren. Zijn nageslacht woonde daar tot het rampjaar 1672, toen vluchtte voor het oorlogsgeweld Arie Dircksz van der Neut, die daar ambachtsbewaarder was, met zijn gezin naar Gouda waar hij vermoedelijk aan de pest is overleden. Zijn zoon Dirck Arienz van der Neut zocht daarna Waarder weer op, trouwde daar met Niesje van Dijk en vormde met hun kinderen weer een nieuw geslacht.
De kerkelijke gemeente van  Waarder was vroeger een vrij grote uitgestrekte R.K. parochie die in 1495 reeds 260 communicanten telde. De leiding in het dorp was in handen van een commandeur van de Johannieter-commanderij met assistentie van een kapelaan. De tachtigjarige oorlog ging aan het dorp niet ongemerkt voorbij, want toen de kerkelijke gemeente, evenals Woerden en Gouda in 1572 over ging naar de reformatie, werd zij van 1575 tot 1576 bezet door de Spaanse troepen. Bij een visitatie in 1594 verklaarde de bejaarde commandant dat door die bezetting de kapel en de behuizing veel schade hadden opgelopen. Sinds 1594 staat de Kerkelijke Gemeente Waarder onder het gezag van de classis Gouda.
De eerste predikant die daar benoemd werd was Gerard Blockhoven die in 1601 zijn intreden deed. De parochie Waarder bestond uit 2 delen, een Utrechtsgebied en een Hollandsgebied. Tot Holland behoorde het dorp en de polders West-en Oosteinde en de kern Nieuwerbrug met Korte Waarder in 1629 stonden daar 40 huizen met ruw geschat 240 bewoners. Tot Utrecht behoorde de polders Lange- en Ruige Weide met als kern Driebrugge en de polder Kortehoeven en telde in die dagen ongeveer 305 inwoners. In 1575 was de schade van de bezetting nog steeds te zien want de kerk was nog steeds een bouwval en in 1633 was die schade nog maar ten dele hersteld. Door verkoop van enige landerijen kon  men de hoognodige restauratie uitvoeren. In deze toestand kwam het rampjaar 1672. De oorlog tussen Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen bracht Franse troepen in deze streken die door de Hollandse Waterlinie verhinderd waren om op te rukken naar het westen. De polders ten zuiden van de Oude Rijn en de polders ten oosten van Woerden en Bodegraven, stonden als onderdeel van de Hollandse Waterlinie, geheel onderwater.

De gevolgen van de oorlog waren verschrikkelijk. Woerden ging bijna geheel in vlammen op en de bevolking van het onder water staande platteland, waaronder Waarder zochten een goed heen komen. Zo ook Arie van der Neut, hij ging met zijn gezin naar Gouda. Het leven in Waarder kwam geheel tot stilstand van 1672 tot 1674 was er geen H. Avondmaal. Zelfs 1674 stond er in de landerijen rond Waarder nog anderhalf voet water en was een deel van de bevolking nog niet teruggekeerd. Het schoolhuis was afgebrand, de kerk en pastorie zwaar beschadigd. Maar onder de bezielende leiding van Ds Rolandus begon men aan het herstel. Uit een kerkrekening van 1674 weten we dat de leidekker repareerdevoor 730 gulden en 14 stuivers en de glazenmaker kreeg in 1674 honderd gulden en in 1675 vijftig gulden.
De kerkmeesters hadden daarin een zware taak. De opbrengst moest komen uit begraafrechten en pacht. Het was dan ook dat in de jaren 1678, 1684, 1688 en 1689 de kerkmeesters weigerde hun benoeming aan te nemen. In 1700 besloten, de Staten van Holland op rekest van predikant en schout de kerkmeesters te verplichten hun ambt te aanvaarden. De overweging tot dat rekest was “dat de liefde tot de kercke en het huys des Heeren soodanigh verminderde dat de collecten in het kerckesakje soo sober vielen, dat se nergens na behooren jaerlijcx konde werden gerepareert”. Aan Ds Rolandus kon men al deze misère niet verwijten. Integendeel hij bleef op zijn post, in 1670, hij was 26 jaar toen hij in Waarder werd bevestigd en is gebleven tot 1716 en stierf in 1729, dankzij zijn inspanning is de kerk in Waarder in bezit gekomen van de gebrandschilderde ramen.
Tijdens de jaren 1674 en 1675 werden door de glazenmaker de ramen in de kerk zodanig gedicht dat men er weer erediensten kon houden. Maar daarmee was de kerk nog niet in de oude luister hersteld. De subsidieverzoeken aan instellingen waarmee men banden had vonden in die jaren een gewillig oor. De resoluties van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Groot Waterschap Woerden Rijnland en Delftland bevatten op 8 augustus 1681 het verzoek van de predikant en afgevaardigde uit Waarder om de kerk van een glas in loodraam te voorzien. De glasschrijver W. Tombergius te Gouda werd met dat werk belast. In 1682 leverde hij het glas af. Het vertoonde het wapen van Groot Waarder met de wapens, namen en titels van de hoogheemraden en verder ommewerck. Hoe en op welke wijze Ds. Rolandus anderen heeft kunnen bewegen tot het schenken van glas in loodramen weten we niet. Wel blijkt dat een aantal particulieren heeft bijgedragen aan de verfraaiing van de kerk van Waarder.
Begin 1800 waren deze ramen zodanig in verval geraakt dat men besloot, toen de kerk opnieuw gerestaureerd werd, deze ramen te verwijderen en te vervangen door gewoon glas, de glas in loodramen werden opgeslagen tot betere tijden.
Omstreeks 1877 werden in Haarlem bij de restauratie van de Grote- of Sint-Bavokerk door toedoen van de bekende drukker van onze bankbiljetten Mr. A.J. Enschede de veertien wapenglazen die uit de kerk van Waarder afkomstig waren, onder gebracht in een tweetal smalle ramen aan de achterzijde van het koor. De herkomst dat deze wapenglazen uit Waarder zijn, is met behulp van de onderschriften op deze ramen vast te stellen. Het wapenschild is uitgevoerd in goud met drie blauwe ruiten.

Lute Hendrik van der Neut, Veelerveen